Ga direct naar hoofdinhoud
Gepubliceerd op 26-05-2026 Classis-in-opbouw Noord

Classisverslag Noord - 26-05-2026

Op 26 mei 2026 kwam de classis-in-opbouw Noord bijeen in de Maranathakerk te Urk. De vergadering werd geopend door ds. W.A. Capellen namens de roepende kerk. Vanuit Openbaring 5, 6 en 7 stond hij stil bij de verzegelde boekrol die alleen door het Lam geopend kan worden. Hij benadrukte dat de wereld, de kerk en het leven van Gods kinderen niet worden geregeerd door duistere machten of het lot, maar door Christus, Die alle dingen leidt naar Gods raad. Juist in een tijd van kerkelijke verwarring en verdeeldheid geeft dat rust en moed om het werk in Gods Koninkrijk voort te zetten.

Na onderzoek van de lastbrieven werd vastgesteld dat de vergadering wettig bijeen was. Naast de deelnemende gemeenten waren ook meerdere waarnemende gemeenten en enkele gastgemeenten vertegenwoordigd. Tevens waren adviseurs aanwezig vanuit de commissie naar artikel 49 van de kerkorde. Het moderamen werd gevormd door ds. J. van Vulpen als praeses, ds. A.C. Uitslag als assessor en ds. L. van 't Wout als scriba.

Het zwaartepunt van de vergadering lag bij de bespreking van de verslagen naar artikel 41 van de kerkorde. Vanuit de verschillende gemeenten werd gedeeld hoe het kerkelijk leven zich ontwikkelt. Er was dankbaarheid voor de voortgang van de prediking en het gemeentewerk, voor de trouwe inzet van velen, en voor de geestelijke groei die op verschillende plaatsen zichtbaar is. Tegelijk werden zorgen uitgesproken over randkerkelijken, het beroepingswerk, de bezetting van de ambten en de gevolgen van de huidige situatie binnen het kerkverband. Ook werd gesproken over de pastorale zorg voor jongeren, evangelisatiewerk en de wijze waarop gemeenten elkaar hierin kunnen bemoedigen en van elkaar kunnen leren.

Vanuit een van de gemeenten is een brief verzonden aan Deputaten Vertegenwoordiging met het verzoek om duidelijkheid te geven over de kerkordelijke positie en verantwoordelijkheden van gemeenten die zich hebben aangesloten bij het initiatief van Rijnsburg.

Bij de waarnemende en gastgemeenten kwam eveneens de betrokkenheid op het initiatief van Rijnsburg naar voren. Verschillende gemeenten gaven aan zich inhoudelijk nauw verbonden te weten met de deelnemende kerken, maar tegelijkertijd de uitkomsten van de synode van Hoogeveen te willen afwachten of nog vragen te hebben over de kerkordelijke en juridische aspecten van het huidige proces. 

De preases constateert met dankbaarheid dat het werk van de Heere doorgaat. Ondanks al de gebrokenheid die we met elkaar ervaren, onder andere in het missen van een groot aantal broeders. Onder verwijzing naar 1 Korinthe 15:58 wees hij de broeders erop dat de arbeid in de Heere niet vergeefs is.

Verder werden diverse praktische besluiten genomen over consulentschappen, classisbeurten in vacante gemeenten, de organisatie van toekomstige vergaderingen en enkele benoemingen. Ook werd een vertegenwoordiger aangewezen voor de commissie die zich bezighoudt met de versterking van het onderlinge vertrouwen binnen de kerken.

De vergadering werd gekenmerkt door openheid, onderlinge verbondenheid en het verlangen om elkaar vast te houden. De vergadering werd na het zingen van Psalm 123:1 door de accessor gesloten met dankgebed.

Ds. L. van 't Wout, scriba