Veelgestelde vragen
1. Over de situatie nu
Omdat er de afgelopen jaren steeds grotere verschillen zichtbaar zijn geworden in de manier waarop Schrift, belijdenis, kerkorde en synodale besluiten worden gehanteerd. Daardoor is veel verwarring ontstaan in gemeenten en kerkenraden. Tegelijk is er veel verdriet, omdat het hier niet om bijzaken gaat, maar om het op Schriftuurlijke wijze kerkelijk samenleven zelf.
2. Over de geschiedenis
De afgescheidenen wilden kerk zijn op grond van Schrift en belijdenis en hun kerkelijk leven ordenen naar de Kerkorde. Dát is het beginsel van de Afscheiding geweest. Op dát fundament wilden de afgescheidenen het kerk-zijn voortzetten. Op díe gronden wilden de CGK vanouds bestaan.
3. Over Schrift en belijdenis
4. Over eenheid, waarheid en keuzes
5. Over het kerkverband
6. Over ‘Hoogeveen’
Van een opschortende werking is hier geen sprake. Er is namelijk allereerst geen wettige roepende kerk waar een revisieverzoek ingediend kan worden. Ten tweede is de kerkelijke weg -waarin revisieverzoeken behandeld moeten worden- zelf stuk. Tenslotte is de ernst van de huidige situatie zo groot dat die door geen revisieverzoek wordt opgelost. Voor een uitgebreide toelichting op dit antwoord zie de verklaring.
7. Over het initiatief ‘Rijnsburg’ en de Algemene Vergadering
Juist daarom spreken de betrokken kerken uit dat zij willen blijven wat zij zijn: Christelijke Gereformeerde Kerken. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gezocht naar zorgvuldig overleg met het andere deel van de kerken over gezamenlijke verantwoordelijkheden en een ordelijke afwikkeling van de ontstane situatie.
Dat neemt niet weg dat door sommigen in de huidige situatie woorden als ‘breuk’ of ‘scheuring’wel gebruikt worden. Opvallend is dat in eerdere jaren dit juist werd uitgesproken over kerken die afweken van synodale besluiten. Zo zei ds. J.G. Schenau in De Wekker van 27 september 2019 over afwijkende gemeenten: ‘Er zijn vaker perioden van spanning geweest. Maar het is nieuw dat we nu te maken hebben met kerkenraden die een weg gaan, die feitelijk een breuk met het kerkverband in lijkt te houden.’
De pijnlijke werkelijkheid is dat het kerkverband door afwijken van synodale besluiten diepgaand verdeeld is geraakt en dat de generale synode zelf heeft uitgesproken geen gezamenlijke weg meer uit de impasse te kunnen aanwijzen. Tegen die achtergrond zoeken kerken nu, in afhankelijkheid van de Heere, naar een weg waarop het kerkelijke leven op de oorspronkelijke basis kan worden voortgezet, terwijl tegelijk de hand naar andere kerken uitgestoken blijft.
Wanneer een kerkenraad de gemeente in dit proces toch betrekt of raadpleegt, gebeurt dat niet uit kerkordelijke noodzaak, maar uit zorgvuldigheid en pastorale verantwoordelijkheid, gezien de grote impact van de huidige situatie. Kerkenraden kunnen contact met ons als commissie naar Art. 49 opnemen voor eventuele vragen hierover.