Ga direct naar hoofdinhoud

Veelgestelde vragen

1. Over de situatie nu

Omdat er de afgelopen jaren steeds grotere verschillen zichtbaar zijn geworden in de manier waarop Schrift, belijdenis, kerkorde en synodale besluiten worden gehanteerd. Daardoor is veel verwarring ontstaan in gemeenten en kerkenraden. Tegelijk is er veel verdriet, omdat het hier niet om bijzaken gaat, maar om het op Schriftuurlijke wijze kerkelijk samenleven zelf.

Ten diepste gaat het om de vraag of Gods Woord beslissend is voor leer en leven van de kerk. De discussie raakt daarom niet alleen één onderwerp, maar het gezag van de Schrift en de binding aan de gereformeerde belijdenis. Dat maakt deze situatie zo ingrijpend.

Nee. Dat onderwerp is wel belangrijk, net als vragen op het vlak van homoseksualiteit, maar er ligt een diepere vraag onder die gaat over Schriftgezag en de manier waarop die wordt uitgelegd. Daarom wordt gezegd dat het om het fundament van het kerk-zijn gaat. Wij willen staan op de Schrift als het onfeilbare en gezaghebbend Woord van God.

Omdat onzekerheid over de koers van de kerk mensen diep raakt in hun geloofsleven, hun vertrouwen en hun verbondenheid aan de gemeente. Juist liefde tot de kerk maakt deze nood zo pijnlijk. Daarbij is de eer van God in het geding.

Ja. Het rapport Zoekt eerst het Koninkrijk van God (rapport kerk-zijn) zegt dat het onontkoombaar is van zonde te spreken wanneer kerken afwijken van gezamenlijke kerkelijke besluiten, die genomen zijn op grond van Schrift en belijdenis. Dit afwijken is strijdig met de belofte zich te voegen naar besluiten van meerdere vergadering (wat eigen is aan ons kerk-zijn).

2. Over de geschiedenis

Omdat die geschiedenis laat zien dat de vraag naar trouw aan Schrift, belijdenis en kerkorde niet nieuw is. In tijden van diep verval in de vaderlandse kerk moesten gelovigen zich ook toen afvragen of blijven nog verantwoord was. Daarom helpt 1834 om de ernst van de huidige vragen beter te verstaan.

De afgescheidenen wilden kerk zijn op grond van Schrift en belijdenis en hun kerkelijk leven ordenen naar de Kerkorde. Dát is het beginsel van de Afscheiding geweest. Op dát fundament wilden de afgescheidenen het kerk-zijn voortzetten. Op díe gronden wilden de CGK vanouds bestaan.

De Afscheiding laat zien hoe belangrijk het is om als kerk gebonden te blijven aan Schrift en belijdenis. Zij kwam voort uit een diep verlangen om trouw te zijn aan Gods Woord, juist in een tijd waarin dat onder druk stond. Daarmee onderstreept deze geschiedenis dat kerk-zijn vraagt om gehoorzaamheid, ook wanneer dat moeilijke en ingrijpende keuzes met zich meebrengt.

Wanneer gemeenten ieder hun eigen uitleg van de Schrift gaan volgen, ook als die ingaat tegen gezamenlijke besluiten, komt het gezamenlijke kerk-zijn onder druk te staan. Dan raakt de eenheid in waarheid verloren en vervaagt wat ons verbindt als Christelijke Gereformeerde Kerken. Daarmee komt ook het eigene en het bestaansrecht (als afgescheidenen) van onze kerken in het geding. Juist daarom is het belangrijk om samen vast te houden aan Schrift, belijdenis en de afspraken die ons als kerken verbinden.

3. Over Schrift en belijdenis

Omdat de Schrift de stem van de Heere is en de bron en norm voor het geloof en leven van de kerk (zie NGB art. 5). Als die vastheid wordt aangetast, wordt het fundament van de kerk zelf aangetast en ontstaat verwarring in prediking en praktijk. Dit is onopgeefbaar.

Daarmee wordt bedoeld dat de uitleg van de Bijbel meer wordt beïnvloed door hoe wij vandaag denken, en minder rechtstreeks vanuit de Schrift zelf komt. De eigen tijd krijgt zo een stem naast of zelfs tegenover de Schrift. Wat Paulus in zijn brieven schreef zou voor vandaag weleens het omgekeerde kunnen betekenen. Daardoor worden duidelijke Bijbelse lijnen onhelder en tegengesproken.

De historische achtergrond van de Bijbel moet meewegen om de Bijbel zelf beter te begrijpen. Maar de huidige cultuur en tijdgeest mogen niet bepalen wat de tekst betekent. De Bijbel wordt uitgelegd met de Bijbel zelf, waarbij duidelijke teksten helpen om moeilijke teksten te begrijpen (‘Schrift met Schrift vergelijken’). Ook gebeurt dat in verbondenheid met de kerk van alle tijden. Zo blijft de Schrift zelf de doorslag geven en wordt voorkomen dat de huidige cultuur het Woord verdringt.

Dat de Heilige Schrift volledig gezaghebbend is en dat de kerk zich daaraan gebonden weet in leer en leven. Daarbij hoort ook de gebondenheid aan de gereformeerde belijdenis als samenvatting van wat de Schrift leert. Dat is de basis waarop kerken elkaar herkennen en vasthouden.

Omdat niet ons gevoel (of de cultuur) gezag in de kerk heeft, maar alleen het Woord van God. De kerk blijft alleen veilig als zij zich laat corrigeren door Gods openbaring. Wanneer gevoel, voorkeur of maatschappelijke druk de doorslag geven, vervaagt de norm. Dat brengt de gemeente in verwarring en zet de deur open voor allerlei dwaling en wind van leer. Maar Gods Woord doet de gelovigen buigen voor Hem, Die gezegd heeft: Alzo zegt de HEERE!

4. Over eenheid, waarheid en keuzes

De eenheid van de kerk is een groot goed en een gave van God. Benadrukt moet worden dat het moet gaan om eenheid in de wáárheid van Gods Woord. Het gebed van de Heere Jezus om de eenheid van Zijn discipelen bidt daarom om eenheid waarbij ze geheiligd worden in de waarheid (Johannes 17: 17). Echte eenheid kan daarom niet losgemaakt worden van trouw aan Schrift en belijdenis.

Nee, wanneer daardoor tegenstrijdige opvattingen over de Schrift en gehoorzaamheid aan de Schrift blijvend naast elkaar komen te staan. Waarheid en dwaling krijgen dan een gelijke plaats in de kerk. Dan blijft er misschien uiterlijke rust, maar geen werkelijke eenheid in waarheid. In de praktijk van het kerkelijke samenleven in een kerkverband zou het ook betekenen dat ambtsdragers die in zonde leven, in volle rechten erkend moeten worden en mee besluiten over wat de leer van de kerk is. Dat is een onhoudbare weg.

Omdat een kerk niet tegelijk twee richtingen op kan gaan. De kerk wil immers gebonden zijn aan het gezag van Gods Woord. Wanneer binnen één kerk tegengestelde opvattingen naast elkaar blijven bestaan over fundamentele vragen van geloof en leven, ontstaat er onvermijdelijk spanning die niet blijvend te dragen is. Als datgene wat aan de ene kant, op grond van de Schrift, als zonde wordt aangemerkt, aan de andere kant wordt gedoogd of zelfs gelegitimeerd, dan wordt de eenheid in waarheid doorbroken. Dan spreekt de kerk zichzelf innerlijk tegen. Verootmoediging blijft nodig, maar handelen ook.

Kiezen kan pijnlijk zijn, maar hoeft niet hard te zijn. Juist uit liefde tot God, Zijn Woord en Zijn gemeente kunnen grenzen nodig zijn. Het is Bijbels dat de toon dan wel ootmoedig, eerlijk en pastoraal blijft.

Nee, kiezen is niet bedoeld om te scheuren. Maar in de praktijk wordt wel zichtbaar dat de scheur er al is. Wanneer gemeenten bewust afwijken van Bijbelse en kerkelijke besluiten, is de eenheid in waarheid al aangetast. Een keuze maakt dan vooral zichtbaar wat er feitelijk al gegroeid is. Dat is verdrietig, maar maakt het ook des te ernstiger en noodzakelijk om helder te handelen.

5. Over het kerkverband

De generale synode heeft vastgesteld dat het gezamenlijke kerkelijke leven is vastgelopen, omdat besluiten van meerdere vergaderingen in de praktijk niet meer overal voor vast en bondig worden gehouden (art. 31 Kerkorde). Daardoor functioneert het synodale deel van het kerkverband niet meer zoals bedoeld. De verantwoordelijkheid is daarom teruggelegd bij de plaatselijke kerken.

Omdat kerken in een kerkverband niet alleen samen spreken, maar zich ook samen binden aan Schrift, belijdenis, kerkorde en genomen besluiten. Als die binding verdwijnt, is de basis weggevallen en het vertrouwen onder elkaar gebroken. Dan wordt gezamenlijk kerk-zijn uiteindelijk onmogelijk.

Dit wordt op den duur onhoudbaar. Uiterlijke eenheid kan alleen blijven bestaan als er ook innerlijke eenheid is in geloof, leer en gehoorzaamheid op grond van het gezaghebbend Woord van God. Anders blijft de vorm bestaan, maar raakt de inhoud uitgehold.

Omdat daarmee de indruk zou zijn gewekt dat er nog een gezamenlijke toekomst voor het hele kerkverband was. De synode heeft juist onder ogen moeten zien dat die gezamenlijke weg er niet meer was. Daarom is geen roepende kerk aangewezen.

6. Over ‘Hoogeveen’

Omdat veel kerken menen dat met ‘Hoogeveen’ niet werkelijk wordt aangesloten bij de analyse van de laatste synode zelf, namelijk dat het kerkelijke leven was vastgelopen en dat geen gezamenlijke weg meer voor het hele verband openlag. Dan kan niet eenvoudig worden verdergegaan alsof de oude synodale lijn nog hersteld kan worden.

Omdat deputaten vertegenwoordiging (het moderamen van de laatste synode) zelf hebben uitgesproken dat zij niet het mandaat hadden om een roepende kerk aan te wijzen (dat kan alleen een synode), maar dit vooral deden om verdere juridisering te voorkomen na het advies van de rechter. Juist daarom vinden veel kerken dat deze stap kerkordelijk zwak ligt en de onrust niet oplost.

Dit is onwaarschijnlijk. Veel kerken erkennen de kerk van Hoogeveen niet als roepende kerk, de afvaardiging dreigt daardoor eenzijdig te worden, en nieuwe revisieverzoeken kunnen ervoor zorgen dat de strijd nog jaren doorgaat. Het is als het rijden op een rotonde zonder afslagen. Dat maakt deze weg voor velen geestelijk en praktisch niet verantwoord. De diepere geestelijke en kerkelijke breuk blijft bestaan. Als de verschillen over Schrift, gehoorzaamheid en kerkelijk samenleven niet zijn opgelost, herstelt een nieuwe vergadering de werkelijkheid niet. De praktijk heeft helaas laten zien dat na verschillende, indringende oproepen tot terugkeer er juist tientallen gemeenten bijgekomen zijn die zich niet willen houden aan de synodale besluiten. Daarom is niet een vergadering in Hoogeveen, maar bekering van harten nodig voor herstel.

Van een opschortende werking is hier geen sprake. Er is namelijk allereerst geen wettige roepende kerk waar een revisieverzoek ingediend kan worden. Ten tweede is de kerkelijke weg -waarin revisieverzoeken behandeld moeten worden- zelf stuk. Tenslotte is de ernst van de huidige situatie zo groot dat die door geen revisieverzoek wordt opgelost. Voor een uitgebreide toelichting op dit antwoord zie de verklaring.

7. Over het initiatief ‘Rijnsburg’ en de Algemene Vergadering

Het doel is om kerken bijeen te brengen die zich in woord en daad willen houden aan de vierslag: Schrift, belijdenis, kerkorde en synodale besluiten. Vanuit die gezamenlijke basis wil men het kerkelijke samenleven weer vormgeven. Het is dus bedoeld als een weg van herordening en trouw.

Daarmee wordt bedoeld: de Heilige Schrift, de daarop gefundeerde gereformeerde belijdenis, en de daaruit voortvloeiende kerkorde en synodale besluiten. Deze vier zijn niet gelijk, maar horen bij elkaar en geven richting aan het kerkelijk leven. Daarin gaat de Schrift boven alles, spreekt de belijdenis de Schrift na, ordent de kerkorde het gezamenlijke leven en zijn de synodebesluiten datgene wat de kerken gezamenlijk op grond van Schrift, belijdenis en kerkorde uitgesproken hebben. Ambtsdragers beloven zich hieraan te houden door daar hun handtekening onder te zetten. Daarom is de ‘vierslag’ van het grootste belang om samen kerk te zijn.

Nee. De stukken van de Algemene Vergadering laten zien dat het niet gaat om het starten van een nieuw kerkgenootschap, maar het doel is om het kerkelijk samenleven opnieuw vorm te geven met kerken die op dezelfde grondslag willen blijven staan. De insteek is vasthouden en herbouwen. Het verlangen is om het kerkelijke leven zoals dat vanouds in de Christelijke Gereformeerde Kerken geweest is, voort te zetten.

Omdat niet iedere gemeente in dezelfde situatie zit en niet iedere kerkenraad dezelfde weg in hetzelfde tempo kan gaan. Daarom is er ruimte gemaakt voor participatie als deelnemer, waarnemer of gast. Zo probeert men elkaar vast te houden zonder de plaatselijke situatie te negeren.

Een deelnemer neemt met volledige lastbrief deel aan bespreking en besluitvorming. Een waarnemer deelt dezelfde grondslag en doet mee aan de bespreking, maar neemt nog niet met volledige lastbrief deel aan de besluitvorming. Een gast voelt zich verbonden, maar bezint zich nog op de eigen kerkelijke positie.

Nee. Artikel 37 lid 2 ziet op situaties waarin een gemeente het kerkverband verbreekt. Daarvan is hier geen sprake. Deelname is juist gericht op het voortzetten van het kerkverband, op de bestaande grondslag van Schrift, belijdenis, kerkorde en synodale besluiten.

Wanneer een kerkenraad de gemeente in dit proces toch betrekt of raadpleegt, gebeurt dat niet uit kerkordelijke noodzaak, maar uit zorgvuldigheid en pastorale verantwoordelijkheid, gezien de grote impact van de huidige situatie. Kerkenraden kunnen contact met ons als commissie naar Art. 49 opnemen voor eventuele vragen hierover.

8. Over de plaatselijke gemeente

Volgens het rapport Zoek eerst het Koninkrijk van God (rapport kerk-zijn) niet. Wie besluiten van meerdere vergaderingen naast zich neerlegt en tegelijk zegt van harte binnen de CGK te willen blijven, spreekt volgens het rapport iets onmogelijks uit. Daarom zegt het rapport ook dat hier niet alleen over verschil van inzicht gesproken kan worden, maar dat het onontkoombaar is om te spreken over zonde, en over de noodzaak van vermaning en bekering.

Omdat besluiten niet meer algemeen werden nageleefd, vermaning weinig uitwerkte, in de classes er onvoldoende draagvlak was om de weg van de kerkelijke tucht volledig af te leggen en de meerdere vergaderingen (particuliere en generale synode) niet de instrumenten hadden om dit (kerk)ordelijk op te lossen, is de laatste synode vastgelopen en is de verantwoordelijkheid teruggelegd bij de plaatselijke kerken.

Dat de kerkenraad moet nadenken over de vraag hoe de gemeente trouw kan blijven aan Schrift, belijdenis en kerkelijke roeping. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen, gebed en heldere communicatie. Voor gemeenteleden is het daarom belangrijk om goed meegenomen te worden in deze weg.

Ja. Juist in een uitzonderlijke crisissituatie is open en zorgvuldige communicatie belangrijk. Dat helpt om onzekerheid, geruchten en verwijdering tegen te gaan en bevordert dat de gemeente zoveel mogelijk in eenheid kan optrekken.

Omdat veel gemeenteleden de ontwikkelingen van de afgelopen jaren minder intensief hebben gevolgd dan kerkenraadsleden en predikanten. Daardoor is een informatieachterstand ontstaan. Heldere uitleg helpt om feiten, zorgen en keuzes beter te begrijpen.

Gebed, betrokkenheid, geestelijke nuchterheid en bereidheid om goed te luisteren. Deze tijd vraagt om trouw aan de Heere, liefde voor Zijn kerk en geduld in het zoeken van de juiste weg. Niemand hoeft alles direct te overzien, maar het is wel nodig om de ernst van de situatie onder ogen te zien.

Er is nu geen reden om onrustig te worden. De gezamenlijke verplichtingen van de kerken blijven vooralsnog bestaan, ook als de situatie in het kerkverband verandert, en daarbij wordt nadrukkelijk ook gedacht aan de zorg voor emerituspredikanten, het Landelijk Kerkelijk Bureau, de TUA en het zendingswerk. De vastgestelde begroting geldt in ieder geval tot en met 2027 en van alle kerken wordt verwacht dat zij hun financiële verplichtingen nakomen. Wel is het verstandig te beseffen dat er voor de langere termijn nog vragen openstaan over de precieze verdeling van lasten, maar de stukken geven geen aanleiding om nu te spreken over acute of onbeheersbare financiële risico’s.

9. Over toon, houding en de weg vooruit

Met waarheid én liefde. De situatie vraagt om helderheid, maar ook om bewogenheid, ootmoed en zelfonderzoek. Het gaat immers om de kerk van Christus en niet om het gelijk van mensen.

Jawel, maar waarschijnlijk niet meer in de vorm van een herstel van de oude gezamenlijke weg. Er is wel gewezen op een andere mogelijkheid: als ‘Hoogeveen’ en de Algemene Vergadering eerlijk erkennen dat er twee delen zijn die elk op een andere manier christelijk-gereformeerd willen blijven. Wanneer dat over en weer wordt onderkend, kan in vrede worden gesproken over de gezamenlijke verantwoordelijkheden. Zo kan strijd en juridisering worden voorkomen.

Ja, maar die hoop ligt niet in menselijke modellen of structuren op zichzelf. De hoop ligt in de trouw van de Heere, die Zijn kerk bewaart door Zijn Woord en Geest. Daarom wordt opgeroepen tot het gebed en tot het vasthouden aan Gods Woord.