Ga direct naar hoofdinhoud
Pers & Publicaties

Verklaringen

Officiële verklaringen en persberichten van Stichting CGKblijven.

17-09-2026 Directe link

Nu in september het kerkelijke seizoen weer begint, ligt het samenkomen van de vergaderingen van ‘Hoogeveen’ en ‘Rijnsburg’ in het vooruitzicht. De Algemene Vergadering heeft in haar verklaring aangegeven waar ze voor staat en de hand gereikt om in overleg de gezamenlijke verantwoordelijkheden te bezien. Binnenkort mag er een antwoord verwacht worden vanuit Hoogeveen.  Op 4 juni jl. verzonden Deputaten Vertegenwoordiging 2 een brief met bijlagen over de vervroegd samengeroepen vergadering van Hoogeveen.(1) Daarin is het nodige te lezen over hoe deputaten een en ander voor zich zien. Deputaten presenteren deze synode als de enige wettige voor alle kerken. Dat is te begrijpen vanuit het perspectief van deputaten. In de bijlage willen we echter uitleggen dat deputaten op dit punt vastlopen in hun argumentatie. Daarin worden ook andere beweringen naast de kerkelijke uitspraken en feiten gelegd. Uit de brief zijn tegelijk ook wel een aantal belangrijke positieve signalen af te leiden die we graag onderstrepen. Er zijn ook zaken die zorg geven en om wijsheid van alle betrokkenen vragen. 

 

Positieve signalen

Het is goed dat er zicht is op een spoedig samenkomen van dat deel van de kerken dat zich vertegenwoordigd weet door de synode van Hoogeveen. Daaruit blijkt dat er steeds meer wordt onderkend dat het nodig is om verantwoordelijkheid te nemen in het proces van uiteengaan van de kerken. De 180 Christelijke Gereformeerde Kerken komen verdeeld over twee vergaderingen samen: de ‘Algemene Vergadering’ en de ‘Synode van Hoogeveen’. Beide vergaderingen kunnen slechts voor een deel van de kerken besluiten. Het verdriet over de situatie ontslaat ons daarom niet om vanuit die werkelijkheid ook verantwoordelijkheid te nemen. Het is daarom belangrijk dat de beide vergaderingen voor de gezamenlijke verantwoordelijkheden een passende vorm vinden om die voort te zetten (al dan niet gewijzigd), te verdelen of af te ronden. De wens en bereidheid daartoe leeft breed binnen de kerken, deputaatschappen en andere gremia. Dat is hoopgevend en zal op de vergadering in Hoogeveen ook gehoord worden. Bij de schaamte en schuld, zal de schade van de ontvlechting dan tenminste zo beperkt mogelijk hoeven te zijn.

 

Redenen tot zorg

In het licht daarvan geeft de brief van deputaten ook reden tot zorg. Er wordt immers alvast een mogelijke route en volgorde voorgesteld om allerlei zaken te bespreken. Dat daarin begonnen wordt met de bespreking en besluitvorming ten aanzien van de situatie in de kerken, is zeker noodzakelijk. Maar deputaten geven echter ook alvast aan wat ze daarbij willen betrekken. Er wordt namelijk genoemd dat er mogelijk een commissie wordt ingesteld (die verderop ‘commissie kerkverband’ wordt genoemd) om de tweede zittingsweek voor te bereiden. Daarvoor wordt verwezen naar ‘een aantal documenten dat al op de synode van 2024 voorlag, maar toen niet behandeld werd’. Dat daarmee het (onvoldragen) rapport ‘hermeneutiek’ en de rapportage van ‘kerkorde en kerkrecht’ bedoeld wordt, blijkt uit het vervolg. Het moet namelijk gaan over ‘de vragen rond wezen en grenzen van de kerk en het verstaan en het gezag van de Schriften’. Ook wordt verwezen naar het rapport ‘kerk-zijn’ (‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’), dat volgens deputaten als ‘startpunt’ kan dienen, hoewel het geen kerkelijke status zou hebben, maar wel met grote meerderheid op de synode van 2019-2020 zou zijn aanvaard. Dat lijkt op het eerste gezicht begrijpelijk. Maar het rapport ‘kerk-zijn’ is op de synode 2019-2022 unaniem aanvaard om in de kerken ter bespreking neer te leggen en diende tevens in onderbouwing van het besluit inzake vrouw en ambt. De kerken hebben zich in dezen al uitgesproken en de rapporten die niet meer afzonderlijk zijn behandeld, waren op de afgelopen synode wel degelijk onderdeel van het grote thema ‘toekomst kerkverband’. Wie de brief van deputaten goed op zich in laat werken, kan er niet omheen dat deputaten in feite de voornaamste agendapunten van de vorige synode willen overdoen. De synode van 2024-2025 had immers ook al op haar eerste zittingsdag besloten tot een commissie ‘toekomst kerkverband’ die alle beschikbare rapporten (dus inclusief ‘hermeneutiek’ en ‘kerkorde en kerkrecht’) diende mee te nemen om tot een voorstel te komen. Toch kon zowel het ‘interim-model’ als het ‘A/B-model’ van het moderamen niet op voldoende (en zelfs afnemend) draagvlak rekenen als weg uit de impasse. Het punt waarop het vastgelopen is en blijft, is het toestaan, ordenen en/of gedogen van zonde: het afwijken van synodale besluiten die als principieel geduid zijn en met een beroep op de Schrift genomen zijn. Daarop heeft de synode een uiterste oproep gedaan aan de afwijkende gemeenten om terug te keren in de bedding van de synodebesluiten, omdat de synode anders niet meer verder kon vergaderen. Toen terugkeer uitbleef, kon de synode niet anders dan sluiten en de zaak bij de plaatselijke kerken neerleggen. Daarom is er ook geen roepende kerk aangewezen. Deputaten keren dit echter om en willen van vooraf aan beginnen, zij het met slechts een deel van de kerken die zich vertegenwoordigd weten in Hoogeveen. Pas daarna willen ze in gesprek met vertegenwoordigers van de Algemene Vergadering. Het is te vrezen dat deze route veel tijd gaat kosten, terwijl de begroting die door de synode van de (ongedeelde) Christelijke Gereformeerde Kerken is vastgesteld nog loopt tot het einde 2027. Voor het bedenken en uitvoeren van (overgangs)regelingen is de tussentijd hard nodig en kan overleg en besluitvorming geen uitstel lijden. Daarnaast vrezen we dat de late afstemming met het deel van de kerken dat zich vertegenwoordigd weet door de Algemene Vergadering weinig perspectief biedt voor een gezamenlijk gedragen uitkomst.  

Oproep

In het licht van dit alles roepen we alle betrokkenen op om het uitgangspunt te nemen in de besluiten van de laatstgehouden synode. Deze zijn met groot verdriet genomen, omdat er geen gezamenlijke weg meer bleek te zijn. Dat betekent dat we de bittere werkelijkheid onder ogen moeten blijven zien dat de kerken in twee delen uiteengaan. De beoordeling van de situatie mag verschillen, de werkelijkheid waarvoor we staan, is dezelfde. Het zou daarom ook goed zijn als er al vanaf het begin contact zal zijn tussen (vertegenwoordigers van) de ‘Algemene Vergadering’ en de ‘Synode van Hoogeveen’ (door de beoogde commissie ‘kerkverband’). Onze commissie heeft daarom steeds het contact met Deputaten Vertegenwoordiging 2 gezocht om te verkennen hoe het proces zoveel mogelijk gediend kan worden. Daarop hebben we tot onze spijt geen positieve respons gekregen. We hopen dat er vanuit de eerste vergaderweek van de synode van Hoogeveen ingezet zal worden op spoedig contact. We hopen dat alle betrokkenen vanuit de gebrokenheid waarin we leven, zich constructief willen inzetten om bij de breuk die we beleven, de schade zoveel als mogelijk te beperken.  

 

Samenvattend

  1. Het is goed dat ook het andere deel van de kerken spoedig samenkomt in een vergadering.
  2. Er is een groeiend besef van de urgentie om de gezamenlijke verantwoordelijkheden te borgen. 
  3. De synode van Hoogeveen dreigt de laatste generale synode van de (ongedeelde) Christelijke Gereformeerde Kerken (2024-2025) over te doen.
  4. De voorgestelde aanpak dreigt veel tijd verloren te laten gaan.
  5. Vroeg overleg tussen vertegenwoordigers van de ‘Algemene Vergadering’ en de ‘Synode van Hoogeveen’ zou een gezamenlijke gedragen uitkomst voor de gezamenlijke verantwoordelijkheden ten goede komen.

We vragen tot slot uw gebed voor de plaatselijke kerken met hun kerkenraden, voor de afgevaardigden naar de verschillende vergaderingen. Dat zal niet kunnen zonder verdriet en schaamte over de kerkelijke gebrokenheid die we allen zo pijnlijk ervaren.  

Commissie Vertegenwoordiging & Borging Verantwoordelijkheden

(1) In deze brief spreken we verder op neutrale wijze over de ‘synode van Hoogeveen’ en de ‘Algemene Vergadering’. Beide vergaderingen ‘erkennen’ elkaar niet als wettige vertegenwoordiging van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Voor een zo goed mogelijk uiteengaan van de kerken is het echter wel nodig om elkaars bestaan te ‘onderkennen’. Voor de gezamenlijke verantwoordelijkheden is er overeenstemming van de twee delen nodig om zoveel mogelijk schade te voorkomen. 


Bijlage: Kanttekeningen bij de stukken van 4 juni van Deputaten Vertegenwoordiging 2
De brief met bijlagen van Deputaten Vertegenwoordiging 2 over de aanstaande synode van Hoogeveen betreft niet alleen een schets van de weg die deze vergadering zou kunnen gaan. Het is ook een poging om te overtuigen van de wettigheid van deze vergadering. De wijze waarop dit geprobeerd wordt, kan moeilijk overtuigen. Helaas wordt er voor dat doel een onjuist beeld geschetst van de laatstgehouden synode van 2024-2025. Verder blijkt de brief ook verhelderend ten aanzien van de mogelijke uitkomsten, mede in het licht van het optreden van ds. Schenau en ds. Oosterbroek bij de podcast ‘Dick en Daniël’ van het Nederlands Dagblad. Daarom volgt hier eerst wat er van de vergadering van Hoogeveen te verwachten is, en vervolgens een weerlegging van de dingen die onjuist of onvolledig voorgesteld worden. Aansluitend volgt weer een korte samenvatting.

Geschetste mogelijkheden

Wie de brief met bijlagen en de podcastuitzending van het ND naast elkaar legt, wordt vanzelf wijzer over de hele boodschap die deputaten over willen brengen. Die boodschap is dat Hoogeveen de gewone wettige synode is en (alleen) zal moeten besluiten hoe het verder moet. Maar daarbij valt op dat er ook twee scenario’s expliciet genoemd worden, terwijl twee andere scenario’s niet genoemd worden.

Mogelijkheid 1: verandering van omgang met besluiten
De eerste mogelijkheid die genoemd wordt, is dat de besluiten over ‘vrouw en ambt’ en ‘homoseksualiteit en homoseksuele relaties’ gehandhaafd blijven, maar dat deze synode besluit dat er op een andere manier met de besluiten omgegaan mag worden (‘meer ruimte voor de plaatselijke kerken’). Kort en goed: de besluiten zijn er wel, maar je hoeft je er niet meer aan te houden. Wellicht achten deputaten dat het meest reële scenario, of zelfs de weg die gegaan zou moeten worden. Het is goed om te beseffen wat dat betekent: het is een ingrijpende verandering die ervoor zorgt dat een kerkverband van de gereformeerde kerkregering overstapt op een congregationalistische (of independentistische) kerkregering. Dat is in de geschiedenis van de oude Gereformeerde Kerk van de Reformatie en de Christelijke Gereformeerde Kerken altijd afgewezen. Ook het unaniem aanvaarde ‘rapport kerk-zijn’ (‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’) heeft nog eens uiteengezet dat de gereformeerde kerkregering het dichtste bij de Bijbelse gegevens ligt.

Mogelijkheid 2: opheffing van het kerkverband
De tweede optie die genoemd wordt, komt neer op de ontbinding van het kerkverband. Als de synode van Hoogeveen tot de conclusie zou komen dat het kerkverband het Koninkrijk van God niet meer dient, zou het opgeheven moeten worden. Dat er bij zo’n opheffing dan nog wel genoeg praktische zaken te regelen zijn, laat zich raden.

Terugkeer naar christelijk-gereformeerd spoor?
Opmerkelijk is dat er ook twee mogelijkheden niet genoemd worden. Weliswaar zijn de twee genoemde opties degene die voor dat deel van de kerken het meest voor de hand liggen, toch is het wel onthutsend. Waarom is niet als eerste (en juiste) optie genoemd dat de kerken zich allen aan de besluiten hebben te houden? In een gereformeerd kerkverband worden de besluiten die door meerdere vergaderingen genomen worden (eventueel na de weg van revisie en appel) voor ‘vast en bondig’ gehouden door de kerken (artikel 31 van de kerkorde). Ambtsdragers verklaren dat ook expliciet met hun handtekening onder het ondertekeningsformulier. Prof. J. Hovius keerde zich al eens in de Wekker tegen degenen die artikel 31 opvatten alsof ieder uiteindelijk toch z’n eigen gang kan gaan, ‘want dan zou het kerkverband zich met deze éne zin ontbonden hebben, d.w.z. het kerkverband, zoals dit altoos door onze Gereformeerde vaderen werd opgevat, en dan zou men met deze éne zin overgestapt zijn op het terrein van de Independenten, wier kerkrechtelijke beschouwingen onze vaderen steeds hebben afgewezen’ (De Wekker 2 juli 1954 pagina 2). Niet voor niets noemden het ‘rapport kerk-zijn’ en de besluiten van de synode van 2019 het zelfstandig afwijken van de besluiten van meerdere vergaderingen ‘zonde’ en reden tot censuur over ambtsdragers. Dat deze weg door de kerken die samenkomen in de synode van Hoogeveen niet gevolgd zal worden, kan moeilijk als verrassing komen. Het merendeel daarvan wijkt immers zelf af, zou dat wensen, of willen toelaten. Daarmee is wel het spoor van de Christelijke Gereformeerde Kerken verlaten. 

Revisieverzoeken om openlijk een andere koers te gaan
Een andere mogelijkheid die niet genoemd wordt, heeft te maken met revisieverzoeken met een bijzondere inhoud. Er zijn namelijk bezwaarschriften ingediend bij Hoogeveen tegen de manier waarop de vorige synode tot besluiten is gekomen. Dat gaat dan niet alleen over de wijze waarop de synode gesloten is (met een oproep tot bekering, het terugleggen van de verantwoordelijkheid bij de plaatselijke kerken, en zonder het aanwijzen van een roepende kerk). Er is namelijk ook bezwaar tegen de wijze waarop er met de revisieverzoeken rond ‘vrouw en ambt’ is omgegaan. De synode heeft daar volgens hen niet inhoudelijk naar gekeken en op formalistische wijze de revisieverzoeken afgewezen. Wie de rapporten van de commissie die de behandeling voorbereidde (commissie 7) naleest, kan zien dat dit niet waar is. De meerderheidsrapportage die is overgenomen door de synode was juist royaler op de inhoud dan strikt noodzakelijk. Een vergelijking met de behandeling van revisieverzoeken in 2001 (‘vrouw en ambt’) en 2005 (‘homoseksualiteit en homoseksuele relaties’) wijst dat overduidelijk uit. Toch is het ongenoegen over dit vermeende onrecht groot in de kring van kerken rond Hoogeveen. Het zou daarom zomaar kunnen dat ook via die weg de besluiten ten aanzien van deze thema’s van tafel gaan. Dat zou wel een ander verloop van de synode vragen dan Deputaten Vertegenwoordiging 2 zich voorstellen in de brief en podcast. Revisieverzoeken behoren immers als eerste behandeld te worden. In dit geval zal de synode van Hoogeveen op een nog duidelijkere manier markeren dat er afstand is genomen van wat altijd christelijk-gereformeerd is geweest. Uit dit alles is in ieder geval duidelijk dat de synode van Hoogeveen verschillende opties heeft, waarvan een terugkeer naar wat christelijk-gereformeerd is niet in beeld blijkt te zijn. Deze kijkrichting kan moeilijk verbazen omdat de groep kerken die zich in deze synode laat vertegenwoordigen voor het overgrote gedeelte zelf al een andere koers vaart of voorstaat. Kerken die deze synode afwachten doen er goed aan om vooraf al een voorbehoud te maken ten aanzien van de besluiten die daar genomen worden. Wanneer dat niet gebeurt, erkent een kerk deze synode impliciet als wettige meerdere vergadering en dient deze zich naar artikel 31 aan die besluiten te houden of de weg van revisie en appel te gaan (of uit dit ‘verband’ te treden). 

Wettigheid
Het is begrijpelijk dat deputaten ingaan op de vraag of de synode van Hoogeveen wel de wettige ‘meeste vergadering’ van de Christelijke Gereformeerde Kerken is. Anders zal deze vergadering immers geen besluiten kunnen nemen voor alle kerken? Nu staat het de kerken die samenkomen (of zich laten vertegenwoordigen) in Hoogeveen vrij om die vergadering met haar besluiten als wettig te aanvaarden. De vraag naar de wettigheid van deze vergadering als generale synode van alle Christelijke Gereformeerde Kerken is echter een andere. Het antwoord daarop is in de sluiting van de synode van 2024-2025 gegeven en door de kerken van de Algemene Vergadering gevolgd. Deputaten betogen echter het tegendeel  en voeren drie argumenten aan om te onderbouwen waarom deze synode volgens hen gewoon de wettige meerdere vergadering voor alle kerken is: (a) er zou na de synode een frame zijn neergezet dat het verband van de Christelijke Gereformeerde Kerken niet meer zou bestaan; (b) dat de verantwoordelijkheid bij de plaatselijke kerken is neergelegd, is niets bijzonders, dat gebeurt immers altijd; (c) ook heeft de rechter als ‘dienares van God’ de kerken gelukkig weer teruggeroepen naar haar eigen orde. Deze drie argumenten kunnen echter niet standhouden in het licht van wat de laatstgehouden synode zelf heeft besloten. Deputaten komen niet alleen in tegenspraak met de geldende besluiten, maar (d) voegen ze ook eigen opvattingen toe die geen grond hebben in synodale besluiten om te komen tot een herhaling van het gesprek op de laatste synode. 

a. Framing na de synode?
Deputaten stellen dat er na de sluiting van de synode een ‘frame’ is neergezet dat het kerkverband ontbonden zou zijn en het samenkomen van de classis onwettig zou zijn. Maar daarmee gaan deputaten voorbij aan het verloop en de besluiten van de laatstgehouden synode. De hele problematiek van het vastlopen van het kerkverband op principiële punten was immers via de kerkelijke weg (vanaf de classis tot de synode) op de tafel van de synode gelegd? Deze breedste vergadering neemt haar besluiten voor het geheel van het kerkverband (kerkenraden, classes en particuliere synodes). Wanneer de synode na al het commissiewerk, de vergaderdagen, peilingen en stemmingen geen gezamenlijke weg voor de 180 kerken heeft kunnen vinden, geldt dat het gehele kerkverband. De laatste oproep aan de afwijkende kerken om terug te keren, werd gedaan omdat er anders geen gezamenlijke weg verder zou zijn. Toen die terugkeer uitbleef, heeft de synode moeten sluiten en de verantwoordelijkheid bij de plaatselijke kerken neergelegd. Daarmee was de kerkelijke weg naar artikel 31 voor het hele kerkverband stukgelopen. De brieven van Deputaten Vertegenwoordiging 1 aan de kerken, geven daar ook blijk van. Het woord ‘framing’ past daarom niet bij het eerlijk onder ogen zien van de gang en besluitvorming van de synode van 2024-2025. Dat woord past beter bij het ontkennen of verzwijgen daarvan. 

b. Was de sluiting van de synode wel zo buitengewoon?
Dat deputaten het gewicht miskennen van de vergaderingen en besluitvorming van de synode, blijkt ook uit de manier waarop ze de uitspraak bij de sluiting van de synode uitleggen. Daar besloot de synode om de verantwoordelijkheid die de synode (naar artikel 30) voor het geheel van het kerkverband heeft ‘terug te leggen’ bij de plaatselijke gemeenten. Deputaten stellen dat dit eigenlijk niets bijzonders is omdat dit altijd zou gebeuren bij de sluiting van een synode. Deputaten doelen op het feit dat een meerdere vergadering besluiten neemt voor de kerken. Na sluiting van de vergadering is het aan de kerken om die besluiten uit te voeren. De meerdere vergaderingen hebben geen eigen macht en bestaan nooit zelfstandig. Echter, is dat wat de synode ten overvloede nog eens heeft uitgesproken bij de sluiting? De vraag stellen is hem beantwoorden. Waar deputaten op doelen wordt immers nooit uitgesproken, aangezien het overbodig is. Zowel de achtergrond van het besluit als de besluittekst zelf laten zien wat de bedoeling was. De besluittekst spreekt immers niet van een ‘gewone’ sluiting zondermeer. Het besluit volgde op het besluit van maart 2025 met de indringende oproep tot terugkeer, en spreekt van het niet kunnen wijzen van een weg uit de impasse en het niet kunnen voldoen aan de opdracht naar artikel 30 van de kerkorde. Daarmee is het buitengewone al in de besluittekst zelf aangegeven. Bovendien spreekt de toelichting van Deputaten Vertegenwoordiging 1 boekdelen: De verantwoordelijkheid wordt daarom teruggeven aan de plaatselijke kerken. Zij zullen nu moeten besluiten hoe zij zich tot de huidige situatie en daarmee tot elkaar verhouden. De synode heeft bij de voortijdige sluiting wel degelijk een ingrijpende uitspraak gedaan. De reden daarvan is ook duidelijk. Iedereen heeft de pijnlijke gang van de synode kunnen zien, waar dit ingrijpende besluit tot sluiting het slotstuk van betrof. De ernst van de situatie heeft doorgeklonken in de besprekingsronden, in de woorden de voorzitter van de commissie toekomst kerkverband (ds. F.W. van der Rhee) van de tweede scriba (ds. A.D. Fokkema) en de voorzitter (ds. P.D.J. Buijs). Ook na het nemen van dit ingrijpende besluit en de daadwerkelijke sluiting, waren de aanwezigen aangedaan en diep geraakt. De vergelijking van deputaten is daarom pijnlijk en ongepast. 

c. Rechter als dienares van God?
Opmerkelijk is ook dat de deputaten zich nog eens uitspreken over het inroepen van de rechter na de sluiting van de synode. Eerder spraken ze daar omfloerst hun begrip voor uit, inmiddels schrijven ze daarover: ‘deputaten hebben het advies van de rechter aanvaard als van een dienares van God’ (waarbij ze het advies om ordelijk uiteen te gaan niet noemen en niet volgen). Dat de rechter die roeping voor de maatschappij heeft, is zeker waar. Maar daarmee is de rechter nog niet bevoegd in de kerk, laat staan dat de uitspraak juist is. Op dit punt wijken Deputaten Vertegenwoordiging 2 nadrukkelijk af van de lijn van de door de synode benoemde Deputaten Vertegenwoordiging 1. Zij hebben zich immers terecht uitgesproken tegen het voeren van rechtszaken en verantwoord dat zij het advies van de rechter slechts gevolgd hebben om verdere juridisering te voorkomen. Daarbij hebben ze benoemd dat de eis en het advies buiten hun mandaat vallen. Noch een rechter noch deputaten vertegenwoordiging hebben bevoegdheid om een roepende kerk aan te wijzen. Dat kan volgens artikel 50 van de kerkorde alleen door de generale synode gebeuren. Dat de laatste synode dit niet gedaan heeft, betrof geen vergissing of onkunde, maar had een inhoudelijke oorzaak. De kerkelijke weg zelf is immers stukgemaakt door de kerken die zich niet meer aan de kerkorde houden. De synode heeft daarom bewust de consequentie getrokken: nu er geen uitweg uit de impasse meer te vinden was en er geen terugkeer van de afwijkende kerken kwam, was de kerkelijke weg (en het kerkrecht) tot aan de meeste vergadering vastgelopen. Het aanwijzen van een roepende kerk zou veronderstellen dat er nog wel een weg was. Het samenroepen van de synode van Hoogeveen op grond van een onwettig besluit is daarom in strijd met de besluiten van de synode van 2024-2025. Het betreft een keuze vóór een civielrechtelijke omgang met elkaar in de kerk en tégen het gereformeerde kerkrecht. Het aanvoeren van het advies van de rechter ondersteunt de kerkordelijke wettigheid van de synode van Hoogeveen niet, maar ondergraaft die juist.  

d. Eigen opvattingen van deputaten
Deputaten Vertegenwoordiging 2 gaan nog een stap verder. Volgens deputaten moet er een ‘voortgaand en diepgaand’ gesprek gevoerd worden over artikel 31 van de kerkorde (het je houden aan de besluiten van meerdere vergaderingen). Daarmee gaan ze opnieuw voorbij aan het feit dat dit reeds onderdeel was van het rapport kerk-zijn (‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’), de besluiten ten aanzien van ‘vrouw en ambt’ van de synode van 2019 (en de revisieverzoeken op de synode van 2024) én de hele synode van 2024-2025. De synode begon immers met het samennemen van de hele problematiek van onze kerken en het instellen van een commissie toekomst kerkverband? De problematiek van het zich niet houden aan de gezamenlijke besluiten (artikel 31) was daar een van de kernpunten van. Daarop heeft de synode van 2024-2025 het besluit tot sluiting genomen waarin inhoudelijk de ongehoorzaamheid ten aanzien van artikel 31 de crux was. Deputaten bedoelen dus dit gesprek nog eens over en anders te doen.2 Dat blijkt ook uit het feit dat deputaten daar nog zelf aan toevoegen dat eerst moet worden ‘vastgesteld’ of ‘het fundament onder onze kerken - de belijdenis van de Christus naar de Schriften – onherstelbaar gebroken is’. Deze opvatting is meermaals en uitgebreider door deputaten Kerkorde en Kerkecht te berde gebracht. Ook ter synode is deze door een aantal afgevaardigden naar voren gebracht. De consequentie is dat er over allerlei zaken vooral lang gesproken dient te worden en er pas sprake kan zijn van handhaving van besluiten als iedereen ervan overtuigd is dat deze een ernstige vorm van ketterij betreffen. Deze lijn is echter nooit door de synode overgenomen. Het betreft de eigen opvatting van Deputaten Vertegenwoordiging 2, waarmee ze in tegenspraak komen met de besluitvorming van de synode van 2024-2025 (waarin deze stemmen zijn meegewogen). Wie de lijn van geschiedenis van de (Christelijke) Gereformeerde Kerk(en) van 1618, 1834 en 1892 volgt, kan ook daar zien dat deze lijn zo nooit is gevolgd. Integendeel, de belijdenis en de kerkorde zijn nooit tegen elkaar uitgespeeld, maar met elkaar in verband gezien. Daarom is niet alleen bij ketterij, maar ook dwaling (van bijvoorbeeld de Remonstranten), eigenwilligheid (in de tijd na de Afscheiding), inhoudelijke en kerkordelijke bezwaren tegen de vereniging in 1892 (toen de CGK door drie kerken voortgezet werden) en het propageren van chiliasme (zoals door ds. A.M. Berkhoff), een passende uitspraak of maatregel genomen. Het recente artikel van dr. Niels van Driel in Ambtelijk Contact is in dat opzicht inzichtgevend en verhelderend (‘Crisis door nieuw kerkrecht. Over geloofsbrieven in de geschiedenis’, Ambtelijk Contact, jaargang 2026, nummer 2, pag. 23-27).  

Conclusie
Dit alles maakt duidelijk dat het probleem van de wettigheid van de synode van Hoogeveen niet is opgelost. Een en ander maakt juist duidelijk dat deze synode niet dezelfde basis en hetzelfde uitgangspunt heeft als de laatste synode van de (ongedeelde) Christelijke Gereformeerde Kerken. Wie het geheel van enige afstand bekijkt, ziet een ontluisterend beeld: Deputaten Vertegenwoordiging 2 die een andere weg wijzen dan de besluiten van de synode die ze dienen te vertegenwoordigen; een roepende kerk die onder dwang van de rechter en op onwettige wijze is aangewezen; en daarbij betreft de roepende kerk een gemeente die zelf al geruime tijd afwijkt op het thema ‘homoseksualiteit en homoseksuele relaties’ en besloten heeft dat ook te doen ten aanzien van ‘vrouw en ambt’. Wanneer de brieven van Deputaten Vertegenwoordiging 2 vervolgens ondertekend worden door een predikant van Hoogeveen, roept dat verdere vragen ten aanzien van de geloofwaardigheid op. 

Uit het geheel van de totstandkoming van de synode van Hoogeveen en de communicatie vanuit Deputaten Vertegenwoordiging 2 blijkt dat deze vergadering een ander vertrekpunt en een andere kijkrichting heeft dan het spoor van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Wij betreuren dat diep. Tegelijk zijn we de Heere dankbaar dat de kerken die christelijk-gereformeerd willen zijn en blijven elkaar in de Algemene Vergadering mochten ontmoeten (in verbondenheid aan de kerken die daar nu nog niet aanwezig konden zijn). Naast de zorg voor de gezamenlijke verantwoordelijkheden die we in samenspraak met ‘Hoogeveen’ wensen op te pakken, is er het gebed dat de Heere vele – zo mogelijk alle – kerken weer samenbrengt in de gehoorzaamheid aan Zijn Woord, door hartelijke binding aan de belijdenis die dat Woord naspreekt, naar de kerkelijke orde die daarop gebaseerd is, en de besluiten die op grond daarvan genomen zijn.  

Samenvatting:
Geschetste mogelijkheden 

  1. Deputaten Vertegenwoordiging 2 schetsen in hun communicatie (brieven en podcast van het ND) slechts twee mogelijkheden die neerkomen op het loslaten van de geldende besluiten (gedogen of opheffen van het kerkverband).
  2. Via (procedureel onjuiste) revisieverzoeken is het echter ook mogelijk dat ‘Hoogeveen’ formeel andere besluiten neemt.
  3. De mogelijkheid van het handhaven van de geldende besluiten is niet in beeld.
  4. Dit komt overeen met de koers van de kerken die zich door ‘Hoogeveen’ willen laten vertegenwoordigen.
  5. Kerken die nog geen keuze hebben gemaakt maar ‘Hoogeveen’ willen afwachten doen er wijs aan om vooraf al een formeel voorbehoud te maken ten aanzien van de besluiten. 

  6. Wettigheid

    Deputaten Vertegenwoordiging 2 proberen de wettigheid van de synode van Hoogeveen voor alle kerken te onderbouwen. Besluiten van ‘Hoogeveen’ zouden dan voor alle kerken gelden. Echter, de argumenten om de wettigheid te onderbouwen gaan niet op:

    1. Framing na de synode?

      Dat de synode geen gezamenlijke weg voor de 180 kerken kon vinden (zolang de kerken die afwijken dat bleven doen), betekende dat de kerkelijke weg voor het gehele kerkverband is vastgelopen. De hele problematiek was immers via de kerkelijke weg op de breedste meerdere vergadering (de synode) gelegd, om voor alle kerken besluiten te nemen. Dat is geen frame achteraf, maar de kerkelijke weg.

    2. Terugleggen van de verantwoordelijkheid is niets bijzonders?

      Uit de bespreking en besluitvorming van de synode is zonder meer duidelijk dat het besluit tot sluiting buitengewoon en bewust was. De toelichting van Deputaten Vertegenwoordiging 1 is duidelijk: de verantwoordelijkheid wordt teruggegeven aan de plaatselijke kerken. Zij zullen nu moeten besluiten hoe zij zich tot de huidige situatie en daarmee tot elkaar verhouden.

    3. Rechter als dienares van God?

      Volgens artikel 50 van de kerkorde wordt de roepende kerk aangewezen door de generale synode — niet door een rechter, ook niet door Deputaten Vertegenwoordiging op advies van de rechter. Deputaten Vertegenwoordiging 1 hebben dat erkend en slechts een roepende kerk aangewezen om verdere juridisering te voorkomen. Daarmee is Hoogeveen nog altijd geen wettig aangewezen roepende kerk.

    4. Eerst gesprek?

      Deputaten Vertegenwoordiging 2 propageren hun eigen opvatting wanneer zij stellen dat er eerst diepgravend gesprek nodig is over de kerkorde en de leer aangaande de kerk. Dit miskent dat dit al onderdeel was van het gesprek op de laatste synode. Daarop is besloten tot de sluiting, omdat dit kerkelijke gesprek (dat al jaren loopt) onmogelijk is gemaakt.

  7. Het staat alle kerken vrij (conform het synodebesluit bij de sluiting van de synode van 2024-2025) om zich door de synode van Hoogeveen of de Algemene Vergadering te laten vertegenwoordigen. De synode van Hoogeveen neemt daarom alleen besluiten voor de kerken die haar gezag zelf erkennen. De kerken die bij de geldende besluiten willen blijven, komen in de Algemene Vergadering bijeen.

    (2) Deputaten Vertegenwoordiging 2 citeren de verantwoording van Deputaten Vertegenwoordiging 1 onjuist: “met name een begaanbare weg vinden voor ons kerkverband naar de toekomst.” Deputaten Vertegenwoordiging 1 schreven in hun moderamenrapport (dat als basis diende voor het besluit tot sluiting): “Het gegeven dat de synode gesloten wordt terwijl er nog zoveel zaken niet behandeld zijn, laat pijnlijk zien hoe moeilijk de situatie in ons kerkverband is geworden. Een verdere bespreking van welk agendapunt dan ook blijkt onmogelijk nu enerzijds de synode geen weg heeft kunnen wijzen ten aanzien van de toekomst van het kerkverband en de omgang met kerken die afwijken van de synodale besluiten, en anderzijds de kerken die dit betreft, ondanks het appel dat na het besluit van 28 maart jl. de kerken is ingegaan, niet terugkeren binnen de bedding van de synodale besluiten die vast en bondig zijn. Deze moeilijke situatie doet onontkoombaar de vraag rijzen: functioneert artikel 31 K.O. nog wel als de praktijk iets anders laat zien? En wanneer dat ter discussie staat, hoe kan de synode dan nog in lijn met artikel 30 K.O. (‘te behandelen wat in de mindere niet kon worden afgedaan, of wat behoort tot de kerken van de meerdere vergadering in het algemeen’) leiding geven aan het kerkverband? Ons rest als synode daarom geen andere keus dan in lijn met het besluit van 28 maart jl. de synode te sluiten en de verantwoordelijkheid terug te geven aan de plaatselijke kerken.” N.B.: Deze vraag is dus al door de synode beantwoord met de conclusie dat verder gesprek niet mogelijk is, omdat het afwijken van de kerken het kerkelijke gesprek zelf onmogelijk maakt.

24-04-2026 Directe link

Een vraag die soms gesteld wordt en wat verwarring kan geven is de volgende:

Nu er revisieverzoeken zijn ingediend bij Hoogeveen zijn de besluiten van de GS toch opgeschort? Dus inclusief het besluit om de verantwoordelijkheid terug te leggen bij de plaatselijke gemeenten? Oftewel, dan vervalt dat besluit toch als grond onder de oproep van Rijnsburg, het tweedaagse Convent en de Algemene Vergadering? 

Volgens sommigen is het stellen van deze vraag hetzelfde als die beantwoorden, en daar wordt dan fijntjes aan toegevoegd dat ‘Rijnsburg’ zich blijkbaar zelf niet aan de kerkorde houdt.
Echter, dit spoort niet met de werkelijkheid. Het omgekeerde is zelfs waar.

De werkelijkheid is dat het kerkverband al bij de sluiting van de synode van 2019-2022 werd getypeerd als ‘een kerkverband in ontbinding’. Waarom? Omdat de kerkelijke orde werd gebroken door afwijkende gemeenten. Het was aan de afgelopen synode van 2024-2025 om daar een weg in te wijzen (samengenomen onder het thema ‘toekomst kerkverband’). Maar de synode moest constateren dat er geen gezamenlijke weg meer is. Het kerkverband is stuk, de kerkelijke weg is stuk. Want besluiten van meerdere vergaderingen worden genegeerd, ook door andere meerdere vergaderingen. De situatie is zo ernstig dat de synode niet meer verder kón vergaderen als de afwijkende kerken niet terug zouden keren. Toen dat niet gebeurde, kon de synode niet anders dan erkennen dat ze haar opdracht naar artikel 30 niet kon uitvoeren en daarom de zaak teruglegde bij de plaatselijke gemeenten. Om die reden is er ook geen roepende kerk aangewezen. Dat is geen ongeluk geweest, maar is weloverwogen en bewust gedaan: de kerkelijke weg is stuk. Deputaten Vertegenwoordiging (1) schreven daar ook over in hun toelichtende brief van juni.

En daarom een formeel en een inhoudelijk antwoord:

Formeel

Een roepende kerk kan alleen aangewezen worden door een generale synode (art.50 KO), niet door een rechter en ook niet door Deputaten Vertegenwoordiging (iets wat ze op voorhand hebben erkend en daarom zijn teruggetreden). Er is in de christelijke gereformeerde kerken geen wettige roepende kerk. En omdat er geen wettige roepende kerk is, kunnen er ook geen revisieverzoeken worden ingediend of behandeld. Om dat wel te kunnen is er eerst herstel van de kerkelijke structuur nodig. Daarvoor is de Algemene Vergadering samengekomen en heeft besloten tot het vormen van classes-in-opbouw.

Inhoudelijk

De kern in dit alles is dat op de laatste synode de pogingen tot herstel van de kerkelijke weg mislukt zijn, en daarna door de afwijkende kerken zijn bezegeld. Artikel 31 dat het recht van revisie en appel regelt, is zelf krachteloos geworden. Daarom is de kerkelijke weg zelf stuk. Revisieverzoeken hebben die kerkelijke weg nodig om behandeld te kunnen worden. 

Een voorbeeld uit het pre-digitale tijdperk kan helpen: als het gemeentehuis een loket heeft voor bezwaarschriften, maar dat is noodgedwongen gesloten omdat de hele afdeling niet meer in staat is om de bezwaarschriften te behandelen. En dan kom je met een bezwaarschrift tegen het sluiten van dat loket... dat dus is gesloten.

Dat is de trieste situatie. De revisieverzoeken zijn inhoudelijk daarom een ontkenning van de ernst van de situatie. En daarom nog een stap verder: Noch uitspraken van de rechter noch ingediende revisieverzoeken bij de komende vergadering van Hoogeveen veranderen iets aan de situatie. Daarin gaat het maar niet om de kerkorde, maar om het Woord en om de tucht, die volgens onze belijdenis kenmerken van de kerk zijn.

Kortom: 

  • Er is geen wettige roepende kerk waar een revisieverzoek ingediend kan worden.
  • De kerkelijke weg – waarin revisieverzoeken behandeld moeten worden – is zelf stuk.
  • De ernst van de situatie wordt door geen revisieverzoek of rechtszaak opgelost.
    Er is dringend herstel van het kerkelijk samenleven nodig om weer op kerkelijke wijze met elkaar om te gaan. Dat betreft niet alleen recht en revisieverzoeken, maar ook de zegen van het samen kerk-zijn: de voortgang van het Woord van Christus, het bewaard blijven bij Zijn Woord en de belijdenis, de uitbreiding van Zijn koninkrijk en het uitzien naar Zijn komst.

21-03-2026 Directe link

De Algemene Vergadering van de Christelijke Gereformeerde Kerken bijeen in vergadering op 21 maart 2026 te Nunspeet, spreekt uit dat:

  1. zij, opziend naar de Koning der Kerk, Jezus Christus, en in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen, kerk wil blijven op grond van de Heilige Schrift, de daarop gefundeerde gereformeerde belijdenis, de daaruit voortvloeiende kerkorde en synodale besluiten;
  2. met pijn in het hart en met groot verdriet moet vaststellen dat:
    1. een aanzienlijk deel van de CGK-gemeenten hun verantwoordelijkheid voor het kerkverband hebben losgelaten door zich niet aan gezamenlijke besluiten (inzake ‘vrouw en ambt’ en ‘homoseksualiteit en homoseksuele relaties’) te houden die na uitvoerige studie en met een beroep op de Schrift zijn genomen;
    2. daarmee in de praktijk niet alleen het gezag van de kerkelijke vergaderingen maar ten diepste het gezag van Gods Woord in het geding is;
    3. de generale synode van 2024-2025 geen gezamenlijke uitweg heeft kunnen bieden en niet verder kon vergaderen zolang de afwijkende kerken niet in groten getale terug zouden keren;
    4. de generale synode daarop de verantwoordelijkheid naar artikel 30 heeft teruggelegd bij de plaatselijke kerken en om die reden geen roepende kerk heeft aangewezen;
    5. het aanwijzen van een roepende kerk door Deputaten Vertegenwoordiging buiten hun mandaat valt en niet als wettig kan worden gezien;
    6. het voeren van rechtszaken in de huidige situatie oneigenlijk is, maar ook schadelijk voor de kerken en tot oneer van de Naam van Christus;
    7. er na het krachteloos worden en vastlopen van de kerkelijke weg eerst herstel van de kerkelijke structuur nodig is om het gezamenlijke kerkelijke leven van de Christelijke Gereformeerde Kerken weer vorm te geven;
    8. de ingediende revisieverzoeken bij de onwettig roepende kerk van Hoogeveen, die betrekking hebben op de besluitvorming omtrent de sluiting van de synode, niet in mindering komen op het bovenstaande;
  3. de kerken geroepen zijn overeenkomstig het verbindingsformulier van ambtsdragers en de kerkelijke lastbrieven elkaar op die basis die altijd in onze kerken heeft gegolden te hervinden;
  4. de kerken daarom wettig bijeen zijn gekomen in de Algemene Vergadering van de Christelijke Gereformeerde Kerken;

Doet een oproep aan:

  1. De kerken die vertegenwoordigd zijn op de Algemene Vergadering:
    om ook na het bijeenkomen van de Algemene Vergadering zichzelf ambtelijk en persoonlijk te onderzoeken en te verootmoedigen voor Gods aangezicht vanwege het verval van en in de kerken. Laat er niet slechts verdriet zijn over het goede dat verloren gaat, maar over onze eigen zonde en ontrouw jegens God en elkaar. Als de HEERE op onze ongerechtigheden ziet – wie zal bestaan? (Psalm 130:3) Moge er zo ook ootmoedig gebed tot herleving zijn en ootmoedige dankbaarheid dat we nog bij Gods Woord en bij elkaar bewaard zijn in de lijn van onze gereformeerde vaderen.
  2. Kerken die volhardend afwijken van de gezamenlijke besluiten:
    om terug te keren van de ingeslagen weg waarin de kerkelijke besluiten zijn genegeerd, het vertrouwen in de gereformeerde wijze van gezamenlijk kerk-zijn is opgezegd, en een dwaalweg is ingeslagen waarin datgene wat de Schriften ons leren veronachtzaamd wordt. In de weg van bekering kan ook het wonder van herstel van de kerkelijke scheuren afgebeden worden. De Algemene Vergadering roept daarom hartelijk en in liefde op tot terugkeer naar wat de Schriften ons leren, wat door de kerk door de eeuwen heen is nagesproken, en in het ambtelijke ja-woord voor Gods aangezicht is uitgesproken.
  3. De kerken die christelijk-gereformeerd willen blijven:
    Om zoveel mogelijk met de deelnemers, waarnemers en gasten van de Algemene Vergadering te blijven optrekken, op een tempo en wijze waarin oog is voor het proces waarin we ons gezamenlijk en als plaatselijke gemeenten bevinden. De Algemene Vergadering reikt alle Christelijke Gereformeerde Kerken de hand om elkaar zo vast te houden. Dat mag in het bijzonder vorm krijgen op en vanuit de vergaderingen van de classes-in-opbouw.
  4. Zusterkerken in het binnen- en buitenland:
    om geduld te oefenen met de Christelijke Gereformeerde Kerken die zich in een proces van hergroepering bevinden en hen in het gebed te blijven gedenken. We weten ons verbonden in één Heere, op grond van de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis en zien uit naar de ontmoeting met elkaar in de geordende weg. Tot die tijd zullen vertegenwoordigers van de Algemene Vergadering informeel contact oefenen en bereid zijn tot toelichting van de situatie waarin we ons bevinden.

Spreekt ten aanzien van het voorliggende proces uit dat:

  1. het initiatief van Rijnsburg en de samengekomen Algemene Vergadering geen afscheiding betreft van de Christelijke Gereformeerde Kerken, maar een voortgaan als Christelijke Gereformeerde Kerken;
  2. we daarbij onderkennen de verdrietige werkelijkheid dat (nog) niet alle Christelijke Gereformeerde Kerken deze weg van herstel van het kerkelijke leven willen gaan;
  3. kerken die zich organiseren onder andere initiatieven als gelijkwaardig worden beschouwd, ook als de wettigheid daarvan niet wordt erkend; met hen overleg wordt gezocht over gezamenlijke en wederzijdse verantwoordelijkheden;
  4. alle deputaatschappen (en andere gremia) binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken verantwoordelijkheid dragen richting álle gemeenten; zowel richting de gemeenten die bijeenkomen in de Algemene Vergadering alsook als richting andere groepen gemeenten;
  5. de Algemene Vergadering tot het uiterste zal gaan om de vrede binnen de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Kerken te bevorderen;
  6. de deelnemende kerken op grond van Gods Woord en met het oog op het getuigenis naar buiten uitspreken dat juridisering en het voeren van rechtszaken tot het uiterste vermeden dienen te worden en dat gelijkwaardig overleg leidend behoort te zijn.