Hoe het zover kwam
De Christelijke Gereformeerde Kerken, uit de Afscheiding van 1834 voortgekomen en in 1892 voortgezet, wisten zich bij alle verschillen aan elkaar verbonden in Schrift en belijdenis. Dit is aan het eind van de 20e eeuw fundamenteel veranderd. Een andere manier van omgang met de Schrift en de kerkelijke besluiten legde de basis voor een onoverbrugbare kloof. Dat leidde uiteindelijk tot de breuk waarin we nu staan.
Hoe is het nu zover gekomen dat in onze kerken een breuk ontstaan is? Waar zijn de eerste scheuren te zien in de geschiedenis die tot deze verdrietige breuk hebben geleid?
In de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken werden in de 20e eeuw duidelijk flanken openbaar. Niet overal klonk de Schriftuurlijk-bevindelijke prediking meer, die onze kerken van oudsher heeft gekenmerkt.
In de kanselboodschap van 1953 klonk duidelijk wat de christelijke gereformeerde prediking moest zijn: Eén Naam, twee wegen en drie stukken (Catechismus zondag 1 vraag en antwoord 2). Het lijkt erop dat deze boodschap niet overal ter harte is genomen (Rapport Kerk-zijn, pag.67). Dit heeft in de loop van de tijd geleid tot meer gesloten kansels dan voorheen. Evenwel was toen het gezag van de Schrift nog niet in geding.
In de jaren zestig kwamen de eerste tekenen van een Schriftkritische omgang met de Bijbel, bijvoorbeeld in hoe gesproken werd over de eerste hoofdstukken van Genesis. In de decennia daarna zijn anderen in onze kerken deze weg verdergegaan. Er kwam een andere uitleg van de Schrift, wat wel aangeduid wordt met de woorden ‘moderne hermeneutiek’. Dit houdt in dat de uitleg van de Schrift niet uitgaat van een objectief “alzo zegt de HEERE”, maar medeafhankelijk is van de tijd en cultuur waarin wij leven. Daardoor kan de betekenis van toen nu heel anders en zelfs tegengesteld zijn.
Dat leidde tot andere visies op de ambten en het huwelijk. In 1983 verscheen een studie van verschillende theologen waarin gepleit werd voor vrouwelijke ambtsdragers. In 1998 werd door de synode besloten dat er op grond van Gods Woord geen ruimte is voor vrouwelijke ambtsdragers. De synode van 2001 wees alle daartegen ingediende revisieverzoeken af.
Op de synode van 2019-2022 kwam het onderwerp opnieuw ter tafel en werd de lijn dat de ambten voor vrouwen gesloten blijven, herbevestigd. De ingediende revisieverzoeken werden in 2025 afgewezen. Het besluit moet voor ‘vast en bondig’ worden gehouden. Desondanks zijn er vanaf 2019 in vele tientallen (samenwerkings)gemeenten vrouwen in de ambten bevestigd.
Daarnaast waren er ook gemeenten die meenden dat er naast het Bijbelse huwelijk ook andere relaties mogelijk zijn. Aan het begin van de jaren tachtig kwam hierover al een discussie op gang. Door een verkeerde uitleg van de Schrift werd het mogelijk gemaakt dat praktiserende homoseksuelen met volle rechten lid van de gemeente konden zijn en daarom ook konden deelnemen aan het Heilig Avondmaal.
Op de synode van 2013 werd op grond van Gods Woord uitgesproken dat een gemeentelid met een homoseksuele relatie niet kan worden toegelaten tot het doen van openbare geloofsbelijdenis, de Heilige Doop en de viering van het Heilig Avondmaal. De revisieverzoeken die op dit besluit zijn ingediend, zijn op de synode van 2016-2017 afgewezen.
Evenwel zijn verschillende gemeenten toch verdergegaan op deze heilloze weg die in strijd is met de Schrift en de kerkelijke besluiten. Omdat daarbij is aangegeven dat ze niet van plan zijn hiervan terug te keren, is de impasse onoverbrugbaar geworden.