Ga direct naar hoofdinhoud
Achtergrond / Hoofdstuk 5

De weg vooruit

Via het initiatief 'Rijnsburg' wordt die verantwoordelijkheid opgepakt. Op de Algemene Vergadering van 21 maart 2026 klonk de oproep tot verootmoediging, gebed en trouw. Kerken die Christelijk Gereformeerd willen blijven zoals ze altijd zijn geweest, vormen samen classes-in-opbouw. Elke gemeente die zich wil houden aan de vierslag, wordt uitgenodigd en geroepen zich hieraan te verbinden en samen het kerkelijk leven te herstellen.

Nogmaals als synode bijeenkomen in Hoogeveen was niet meer mogelijk. Natuurlijk kan de vraag gesteld worden of kerken niet ‘nog een mijl’ hadden moeten gaan. Maar die vraag miskent dat er in de afgelopen jaren al een heel aantal extra mijlen gegaan is en de laatste synode de conclusie moest trekken dat de weg is vastgelopen. Dat is gebeurd omdat willens en wetens synodebesluiten worden genegeerd, en dat al jarenlang, ondanks gesprekken en vermaningen op gezamenlijke vergaderingen.

Toen alle pogingen om tot een oplossing te komen stukliepen op de laatste synode, moest deze constateren dat er geen gezamenlijke weg meer mogelijk was. Daarom kon de synode niet anders dan erkennen dat zij haar opdracht niet kon uitvoeren en besloot zij haar verantwoordelijkheid terug te leggen bij de plaatselijke kerken. Om die reden is ook geen roepende kerk aangewezen. Dat was geen ongeluk, maar een weloverwogen en bewuste beslissing: het kerkverband functioneerde niet meer, de kerkelijke weg was stukgelopen.

Dat vormt het uitgangspunt voor de weg vooruit: kerken nemen gezamenlijk hun roeping op zich om het kerkelijk leven te herstellen. De Algemene Vergadering van 21 maart 2026 heeft daarin een duidelijke richting gewezen voor de toekomst van de kerken.

Het initiatief rond Rijnsburg moet in dat licht worden verstaan. Het is geen breuk met het verleden, maar een bewuste keuze om het kerkelijk leven voort te zetten op de bestaande grondslag. Daarmee wordt beoogd te blijven wat de kerken waren: een gemeenschap die leeft uit de Schrift en die daarom gebonden is aan de belijdenis die op die Schrift is gebaseerd, en aan de kerkorde en de synodale besluiten die daaruit voortvloeien. Juist omdat deze basis onder druk is komen te staan, is het nodig gebleken haar opnieuw expliciet te omarmen.

De komende periode staat daarom in het teken van opbouw. Allereerst betekent dit dat kerken zich opnieuw aan elkaar verbinden. Die verbondenheid is niet vrijblijvend, maar krijgt gestalte in wederzijdse erkenning, aanspreekbaarheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Kerken die zich aan de vierslag willen houden, zoeken elkaar op en spreken uit dat zij elkaar willen vasthouden in leer en leven.

Een belangrijk middel daarbij is de vorming van classes-in-opbouw. Classes vormen het hart van het kerkelijk samenleven. Hier krijgt het toezicht, de onderlinge zorg en de samenwerking concreet gestalte. De komende tijd zal gewerkt worden aan de opbouw van deze classes, zodat zij duurzaam kunnen functioneren in overeenstemming met de geldende kerkorde.

Daarnaast vragen ook de gezamenlijke verantwoordelijkheden van de Christelijke Gereformeerde Kerken aandacht. Taken die het niveau van de plaatselijke kerken overstijgen – zoals de Theologische Universiteit, zending, ondersteuning van predikanten en financiële verantwoordelijkheden – moeten zorgvuldig worden geborgd. Dat vraagt om gezamenlijke afspraken en afstemming, ook met gemeenten die niet met het initiatief van Rijnsburg meegaan. Daarbij wordt gezocht naar vormen die passen bij de huidige situatie.

De Algemene Vergadering van 21 maart 2026 heeft hierin een belangrijke stap gezet. Zij functioneerde niet als een klassieke generale synode, maar wel als een vergadering die, met een beperkte agenda, besluiten kan nemen voor de deelnemende kerken. De commissies die door deze vergadering zijn benoemd hebben een belangrijke taak in het verder uitwerken van de besluiten.

Elke plaatselijke gemeente die op de vierslag wil staan is uitgenodigd voor de Algemene Vergadering. Die uitnodiging geldt ook voor de classes-in-opbouw. Zo worden de plaatselijke gemeenten actief betrokken en meegenomen in deze ontwikkeling. Daarbij is alle ruimte voor het eigen tempo van de plaatselijke gemeente. Heldere communicatie, zorgvuldige uitleg en pastorale begeleiding zijn nodig om kerkenraden én gemeenteleden in dit proces te ondersteunen. Het is daarbij van belang dat niet alleen kerkenraden, maar ook leden zelf betrokken zijn bij deze gezamenlijke keuze en roeping.

Beslissend blijft de geestelijke dimensie. De oproep tot zelfonderzoek, verootmoediging, gebed en trouw is geen formaliteit, maar wezenlijk voor de weg vooruit. Het herstel van het kerkelijk leven is niet slechts een organisatorische opgave, maar vraagt om bekering, afhankelijkheid en vernieuwde toewijding aan Gods Woord. Alleen in die weg kan er werkelijk sprake zijn van herstel en zegen.

De weg vooruit is een weg van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet ieder voor zich, maar samen. Niet los van Gods Woord, belijdenis, kerkorde en besluiten, maar juist terug naar wat bindt. In die weg is het mogelijk om, onder de zegen van de Heere, het kerkelijk leven te herstellen. Daarbij wordt ook de verbinding gezocht met kerken en kerkverbanden die op deze zelfde grondslag staan.